Een kitscherig boekje en smerige kunst – twee korte essays over schoonheid en lelijkheid in kunst en literatuur

Vak: Mooi en Lelijk
Docent: Stine Jensen
Jaar: 2008

Speciaal voor jou… En onze overige tienduizend klanten

 

Ik ben een tijdje geleden zo dom geweest om lid te worden van de ECI. Dom, omdat het, subtiel gezegd, niet mijn type boek is dat je daar kan kopen. Als welkomstgeschenk kreeg ik een heel kitscherig boekje, getiteld: Voor Jou… vol uitspraken van beroemdheden die moeten inspireren.

 

Het eerste dat mij aan het boekje stoorde was dat het pretendeert exclusief te zijn. Niet alleen in de titel, ook in de inleiding staat: “Dit boekje is gratis en exclusief voor u gemaakt.” Erop volgt een verhaaltje dat ons moet overtuigen dat we écht een goede keuze hebben gemaakt. Vervolgens viel mij op dat allerlei beroemdheden, uit ‘hoge’ en ‘lage’ kringen, erin opgenomen waren, of ze nou iets interessants te melden hadden of niet. Zo zie je Socrates en Jimi Hendrix samen op een pagina over Liefde (let vooral ook op het overmatig hoofdlettergebruik) en in de rubriek Wijsheid staan Lao Tse en Madonna naast elkaar. Jimi Hendrix en Madonna groot, Socrates en Lao Tse klein afgedrukt. Op de achterkant van het boekje staat: “Laat u inspireren door de gedachten van Shakespeare, John Lennon, Godfried Bomans, de Dalai Lama, Madonna, Bill Clinton, Jimi Hendrix en vele anderen…”. Het derde dat mij tegen de borst stuitte waren de zoetsappige afbeeldingen op de achtergrond: de vele zoete bloemen, stranden en wolkenluchten krijgen haast meer aandacht dan de citaten. De enige niet-zoetsappige pagina’s zijn de schutbladen, die volgedrukt staan met zo’n 500x ECI.

 

Zoals Roger Scruton terecht opmerkt, wil kitsch vertellen wat het betekent, terwijl het niets betekent. Het doet of het iets emotioneels uitdrukt, en verwacht dat de kijker of lezer de boodschap ook voelt.[1] Veel lezers van dit boekje, wat natuurlijk ook het ECI-type mens is (hier kom ik later op terug), zullen inderdaad verwonderd en ‘geïnspireerd’ zijn door het boekje, misschien zelfs zonder in te zien wat het boekje werkelijk doet: mooi doen om het mooi doen, en ondertussen klanten binden. En inderdaad probeert het emotie op te roepen, door middel van hoofdletters in woorden als Vriendschap en Geluk, door de zoete afbeeldingen en schreeuwerig groot afgedrukte citaten.

 

Maarten van Nierop bekijkt welke kwalificaties we geven aan kitsch. Allereerst geven we subject-kwalificaties op objectniveau: het object wordt beschreven alsof het een mens, een subject is.[2] Ik deed het zelf al, door te zeggen: “het pretendeert exclusief te zijn”. Mensen pretenderen, objecten als boekjes niet, tenzij het kitsch is en zich aan je opdringt. Het ontbreekt in het boekje dan ook aan distantie: het is Voor Jou, of je het wil hebben of niet, en het wil je bijna dwingen om sentimenteel, zweverig en ‘geïnspireerd’ te raken.

 

Ten tweede bekijkt Van Nierop het object in meer directe zin: kitsch ‘past niet’, er is een discrepantie tussen het materiaal en dat wat wordt uitgedrukt.[3] Er zijn ‘mooiere’ voorbeelden hiervan, maar in dit boekje is dit wel te zien: de citaten, die diepe gevoelens teweeg moeten brengen, zijn gedrukt op dik glanzend papier dat erg geschikt is voor massaproductie. Dus het unieke idee dat het wil veroorzaken contrasteert enorm met de onpersoonlijke manier van produceren. Ook is disharmonie tussen de expressie van dit boekje en de omgeving merkbaar: de omgeving is de ECI-klant, over het algemeen het type mens dat diep onder de indruk is van grote woorden maar het maar half, of soms zelfs helemaal niet begrijpt.

 

Ten derde bekijkt Van Nierop kitsch op maatschappelijk niveau, en legt onder andere de nadruk op het verband tussen kitsch en reclame. Hij zegt: “Beide immers werven ze, maken een show van zichzelf, neigen ze tot protserigheid.”[4] Reclame moet dat ook wel, stelt hij, want anders verkoopt het zichzelf niet. In het boekje komen kitsch en reclame samen: de ECI wil natuurlijk klanten werven en verkoopt zichzelf onder andere door dit boekje. En zowel de ECI als dit boekje neigen tot protserigheid.

 

Op de vraag of dit ‘geen-kunst’ is, of een radicalisering van, dan wel kritiek op kunst, kan ik kort en bondig antwoord geven: dit is geen kunst. Er is niets in het boekje te vinden dat kan wijzen op een knipoog, een parodie op kunst of iets in die trant. Hoe je het ook wendt of keert, het is kitsch.

 

Hoe kunst over orale, anale en genitale lichaamssappen aantrekt en afstoot

 

Abjecte kunst laat zich uitleggen als ‘vieze kunst’, maar het is meer dan dat. Het is kunst die afstoot, en bestaat volgens Marga Michielsen vooral uit drie verschillende dingen: voedsel, verspilling van lichaamssappen en tekens van seksueel verschil.[5] Alles dus, dat in directe zin te maken heeft met orale, anale en genitale openingen. Zowel Michielsen als Lot Siebe gebruiken in hun betoog de theorieën van Julia Kristeva: zij bekijkt abjecte kunst op een semiotische manier en maakt onderscheid tussen betekenaren: zoals kleuren, geuren, gebaren en klanken, en betekenden: de inhoud en thematiek. Het abjecte ligt in de betekenaar, maar kan thema’s aankaarten die niet per definitie abject zijn. Hierdoor verstoort abjecte kunst identiteit, systeem en orde: het doorbreekt grenzen.[6] We zijn opgegroeid met gedragsregels die bepalen dat alles wat wij uitscheiden ‘vies’ is, die de grenzen aangeven, maar het is niet aangeboren, en het abjecte zal ons, zo stelt Kristeva, dan ook blijven aantrekken, ook al is het taboe.

 

Lot Siebe paste de theorieën van Kristeva toe op het oeuvre van Marina Abramovic. Abramovic is vooral bekend van haar performances waarin ze haar eigen grenzen opzoekt: ze kamt haar haar tot bloedens toe, snijdt zich of doet het bekende spelletje waarbij je met een mes snel tussen de uitgespreide vingers het tafelblad raakt.[7] Niets lichamelijks is haar vreemd, ze deinst niet terug voor bloed, uitputting en verwondingen, en hoe abjecter haar werk is, hoe beter. Zelf zegt ze dat ze weet wanneer een idee goed is: als ze in paniek raakt bij de gedachte. Als ze niet in paniek raakt is het niet de moeite waard om uit te voeren. De maatschappij reageert hierop met ontzag: het publiek vindt het weerzinwekkend en indrukwekkend tegelijk. Het stoot af en trekt aan. Kristeva’s theorie, die onderscheid maakt tussen subject: alles binnen het lichaam (dus inclusief lichaamssappen), en object: het uiterlijk van de desbetreffende persoon, is goed toe te passen op dit werk: Abramovic zet het abjecte in om haar subjectiviteit vorm te geven, haar persoon van vlees en bloed.

 

Abjecte kunst, zoals wel meer kunst, maakt nogal wat los bij mensen. Ik zei al eerder: het trekt aan en het stoot af. Naar aanleiding van de Whitney-tentoonstelling van 1993 kwam er een debat op gang onder medewerkers van het blad October, dat al snel een semiotische tweestrijd opleverde: moet kunst – abjecte kunst in het bijzonder – gezien worden op het niveau van de betekenaar of de betekende? Het merendeel vond het eerste: dat deze kunst gaat over maatschappelijke of persoonlijke onderwerpen was ondergeschikt aan het feit dat deze onderwerpen op een abjecte manier werden verbeeld.

 

Of het nou over vorm of inhoud gaat, het gaat in ieder geval over het doorbreken van lichamelijke en uiterst subjectieve taboes. De Whitney-tentoonstelling was bedoeld om een platform te bieden “aan kunst die niet alleen in formeel, maar juist in maatschappelijk opzicht grensoverschrijdend was of grenzen liet ervaren”.[8] Er is duidelijk behoefte aan het opzoeken van deze grenzen, en de tentoonstelling voldeed daaraan.

 

Als voorbeeld van abjecte kunst behandel ik Loop My Loop van Helen Chadwick, uit 1991. Dit is een goed voorbeeld omdat dit het subject en object verenigt door middel van darm en haar. Wat het afstoten en aantrekken betreft: persoonlijk vind ik het moeilijk om te zien hoe abjectie aantrekt, dus de darm stoot mij eigenlijk voornamelijk af. Het haar trekt me wel aan: een mooie, glanzende streng blond haar (het kan ook alleen hoofdhaar zijn) die mooi in lussen en knopen bevestigd is. Het geheel is een mooi spel van onder en boven, binnen en buiten, en in die zin zeker boeiend om naar te kijken. Een beetje research naar Chadwick wijst uit dat ze in haar werk de grenzen opzoekt van menselijkheid en dierlijkheid, en ze probeert door middel van abjecte kunst de status van de mens te ‘verlagen’ of ‘terug te brengen’ tot de status van het dier.[9] Door ingewanden (van dieren) te combineren met menselijke kenmerken die wel geaccepteerd worden in de maatschappij, geeft ze aan dat wij niet anders zijn dan dieren: wij poepen ook. De betekende: haar boodschap, is overduidelijk, maar ook zonder de betekende heeft het kunstwerk nut: de betekenaren: het haar en de darm, spreken voor zich. De combinatie van abjectie en menselijke schoonheid roept automatisch de vraag op waarom darm abject is, en of het wel abject zou moeten zijn. Daardoor is het kunstwerk zowel geslaagd op het niveau van de betekenaar als op het niveau van de betekende: op beide niveaus wordt op een abjecte manier het menselijk wezen en zijn gevoel voor abjectie aan de kaak gesteld.

 

[1] Scruton

[2] Van Nierop

[3] Van Nierop

[4] Van Nierop

[5] Michielsen

[6] Michielsen

[7] Siebe

[8] Michielsen

[9] After Modern Art

Literatuur

  • Kant, I. (2002, oorspr. 1790) ‘Ontledingsleer van het schone’. In: Idem. Over schoonheid. Ontledingsleer van het schone. Boom: Amsterdam, pp. 39-80.Vertaald door Pierre Rondas en Jacques de Visser.
  • Sheppard, A. ‘Criticism, interpretation and evalutation’ In: An Introduction to the Philosophy of Arts. Oxford: Oxford University Press, pp. 77-91.
  • Nierop, M. van (1989), ‘Kitsch. Het esthetisch waardeoordeel en zijn complicaties.’ In: Idem, Denken in tweespalt- interpreteren en ambivalentie. Delft: Eburon, pp.133-154.
  • Scruton, R. ‘Kitsch and the Modern Predicament’. In: City Journal. Winter 1999. Vol 9, No.1 http://www.city-journal.org/html/9_1_urbanities_kitsch_and_the.html
  • Michielsen, M. (1997). ‘De macht van de huiver. Filosofische debatten over vieze kunst.’ Lover 2 (24), pp. 8-14.
  • Siebe, L. (1997). Confrontatie met het weerzinwekkende, De performances van Marina Abramovic. Lover 2 (24), pp. 8-14.
  • Wolf, N.(1995) ‘Cultuur’ In: De zoete leugen of de mythe van de schoonheid. Amsterdam: Forum. pp. 60-90.
  • Hopkins, D. (2000) ‘After Modern Art. 1945-2000’. Oxford History of Art, Oxford: Oxford University Press

 

 

Afbeeldingenverantwoording

Afbeelding 1 en 2: Van Straaten, H., Duintjer, M., (2007) ‘Voor jou…’. ECI, Vianen

Afbeelding 3: Hopkins, D. (2000) ‘After Modern Art. 1945-2000’. Oxford History of Art, Oxforrd: Oxford University Press

Afbeelding 4: Eco, U. (2005) ‘De geschiedenis van de schoonheid’. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker

Plaats een reactie