Rosto is een animator die vaak wordt beschreven als ‘duister’ en ‘nachtmerrie-achtig’. Maar achter die duisterheden gaat een hele wereld schuil. Zijn sprookje The Monster of Nixwas in 2011 de Nederlandse inzending voor een Oscar, en zijn film Splintertime, over de rockband Thee Wreckers, is nu te zien op het HAFF. Een inkijkje in de wereld van Rosto.
Jouw werk wordt door een hele specifieke groep mensen gewaardeerd. Had je daardoor een moeilijke start als filmmaker?
Ik ben niet mijn hele carrière lang filmmaker geweest. In mijn jonge jaren heb ik vooral veel opdrachtwerk gedaan als grafisch vormgever en illustrator, maar het begon echt goed te lopen met televisie. In de jaren negentig was het digitale tijdperk nog niet uitgebroken, en ik was een van de weinigen die dat deed. Toen ontdekte ik het internet, en dat was het begin van Mind My Gap: mijn graphic novel. Dus het is een geleidelijk proces geweest. Ik heb wel geleerd door de jaren dat mijn publiek uit allemaal individuele dwaallichten bestaat. Maar alles bij elkaar is het best een substantiële groep, waardoor het mogelijk blijft om werk te maken en daarin te blijven geloven.
Hoe komt in jouw werk animatie en live action samen?
De wereld wil dat je kiest en daar had ik altijd moeite mee, want ik vond alles zo leuk. En dat zie je in mijn films. Het gaat erom wat voor karakter datgene heeft dat je wil vormgeven, en dat kan betekenen dat je zoals in Splintertimemet dansers moet gaan werken die prothesehoofden op hebben die dan geanimeerd worden, want het moeten levende, ademende, knipperende gezichten zijn.
Splintertimeis het derde deel van een vierluik, is het ook als vierluik onstaan?
Ja. Dat heeft met The Wreckers te maken, wat oorspronkelijk een echt bandje was. Ik ben de laatste vijftien jaar bezig geweest om alle songs zo mooi mogelijk te arrangeren. En ik had een schilderij met de vier bandleden: dat was mijn interpretatie van wie wij waren. Wij zijn inmiddels veranderd: ik begin grijs te worden en dat geldt voor die andere jongens ook. Wij zijn aan de tijd onderhevig. Maar dat zijn die karakters niet. Net als muziek: als dat eenmaal is vastgelegd blijft dat zo. En dat vond ik gaaf: het overwinnen van de tijd. Toen werd The Wreckers veranderd in Thee Wreckers: een soort überversie van zichzelf. En toen ben ik visuele composities gaan maken met de muziek als uitgangspunt, als een soortFantasia. Toen kwam dat vierluik in me op, en wat ze verder gemeen hebben is dat The Wreckers erin voorkomen, en dat de ene film altijd aansluit bij het einde van de vorige.
Klopt het dat jouw werk voortkomt uit nachtmerries, of projecteren mensen dat op jouw werk?
Beide. Ik wilde nooit narratieve films maken want cinema is in staat tot veel meer. Ik wil naar het intuïtieve vertellen: dat ik jou even uitnodig om in mijn wereld te komen kijken. En zeker als mensen het niet begrijpen wordt het al snel ‘surrealistisch’ genoemd of ‘droomachtig’. Het klopt ook dat ik vaak op zoek ben naar hoe je film kan construeren als een droom: dat het heel logisch voelt, maar als je erover na gaat denken het niet meer logisch is. Het heeft veel met het onbewuste te maken, dat is denk ik waarom mensen mijn werk donker noemen.
Zitten er echte dromen in jouw werk?
In Lonely Bonesheb ik motieven genomen waarvan ik als kind heel unheimisch kon worden. In Splintertimeis het nog letterlijker: de openingsscène, met het roken van die slang, is shot voor shot een droom. Inclusief de ondertiteling. En dat heb ik fantastisch gevonden: ik heb de tools om mijn dromen met jou te delen. Hoe geweldig is dat!
De wereld die je creëert heeft meer betekenis dan je op het eerste gezicht ziet. Een terugkerend motief is bijvoorbeeld de fontein, zit die ook in Splintertime?
Nee, in Splintertimeniet: Lonely Boneseindigde met een fontein. Maar in het midden van mijn universum staat inderdaad een fontein. Die wereld is er echt, die geef ik af en toe wat water en liefde en zonlicht en dan groeit dat gewoon door. Daarin zit alles wat je hebt gedaan, gezien en geproefd, alles wat jou uniek maakt. Daar put ik uit. De verpleegster uit Splintertimekomt uit een softpornoblaadje uit de jaren vijftig, zestig. Toen we nog The Wreckers waren, in 1994, heb ik dat op de voorkant gezet van onze democassette. Het kruis dat ze op de grond maakt komt in het hele vierluik terug vanwege het nummer vier: de vier Wreckers, het vierluik… En die gang waar je de slangroker tegenkomt is meer voor mensen van mijn leeftijd: die stinkende punkhollen bestonden echt in de jaren zeventig en tachtig. Daar hebben wij onze jeugd doorgemaakt.
Heb je een Guilty Pleasure? Een film, een liedje…?
Oh, ik heb wel iets dat echt niemand goed vindt: A.I.van Stephen Spielberg. Daar zit weer het Pinokkio-motief in waar ik zo’n sucker voor ben. Ik ga helemaal kapot op die film, en de rest van de wereld vindt hem gewoon kut! Maar ik ben het vaak niet met de wereld eens. Ik heb ook een voorbeeld waarmee ik het wél met de wereld eens ben: Birdman. Ik was echt verbaasd dat die de Oscar won! Maar dit jaar ben ik het gewoon met de wereld eens, dat zou je haast ook wel een guilty pleasure kunnen noemen.
Dit artikel verscheen in maart 2015 op cultuurwebsite CLEEFT.


Plaats een reactie