Ik kan me nog een les herinneren in mijn eerste studiejaar, waarin we een afbeelding of fragment moesten laten zien dat we hoge kunst vonden en één die we lage kunst vonden. Eerst moesten we ze in groepjes bespreken, en daaruit het hoogste en laagste voor de klas presenteren. Ik had een fragment uit The Gold Rush, een film uit 1925 van Charlie Chaplin.
In mijn groepje weidde ik enthousiast uit over het vakmanschap van deze film, de delicate bewegingen en mimiek van Chaplin in het fragment, en de fijne lijn tussen humor en tere schoonheid van dit korte dansje. Mijn groepje was overtuigd en schoof mij naar voren om dit aan de klas te laten zien. Toen het fragment op groot scherm was getoond was het aan mij om mijn betoog te houden. En ik viel stil. Ik was alles vergeten wat ik net nog had gezegd. Ik was zo onder de indruk van het fragment dat ik toch al zeker 20 keer had gezien, dat ik alleen nog maar iets kon brabbelen in de trant van: “Zie nou hoe subliem dit is”. Het was erg gênant.
Achteraf bedacht ik me: dat is precies wat Charlie Chaplin tot een grootmeester maakt. Hij laat je in verwondering achter.


Plaats een reactie