“Sunday monday Happy Days, tuesday wednesday Happy Days!” Door de titel van deze tentoonstelling krijg je direct de aanstekelijke tune in je hoofd van de kneuterige televisieserie Happy Days (1974-1984). Deze Amerikaanse serie gaat over de jaren vijftig, en dat is de periode die het Gemeentemuseum met deze tentoonstelling wil oproepen in het geheugen van de bezoeker.
Het verschil is dat deze tentoonstelling niet over Amerika gaat, maar over Nederland, en specifieker nog over Den Haag. Een ander verschil is dat de tentoonstelling allesbehalve kneuterig is. Lopend door de zalen van het prachtige gebouw waan je je in cultureel Den Haag in de wederopbouwjaren, en voel je zowel het optimisme als het pessimisme van deze tijd. Niet alleen met kunstwerken, maar ook met achtergrondmuziek, poppen met jaren ’50 jurken en artefacten als jukeboxen en gitaren wordt deze sfeer van de naoorlogse jaren tot leven gebracht.
Jazz: ‘47-‘55
Direct na de oorlog komt Nederland weer tot leven. Er wordt gedanst op jazzmuziek, en mensen hebben weer behoefte aan film, toneel en kunst. De culturele wereld komt weer tot leven. De kunst in die eerste jaren laat veel emoties zien, die over deze traumatische oorlogstijd gaan. De CoBrA beweging bijvoorbeeld gaat terug naar de kindertijd: een tijd zonder zorgen, en met een directe uiting van de innerlijke wereld. CoBrA, wat staat voor Copenhagen, Brussel, Amsterdam, was echter niet heel populair in Den Haag. De Amsterdammers waren veel expressiever dan de introverte Hagenezen. Toch waren er kunstenaars als de Haagse Piet Ouborg en Jaap Nanninga die zich op hun manier wel verwant voelden met deze beweging. Hun werk is inderdaad introverter dan bijvoorbeeld de uitgesproken Karel Appel: het heeft iets verhalends, en vaak iets pijnlijks, maar komt verder qua stijl en achtergrond sterk overeen met CoBrA.
Rock: ‘56-‘62 en Beat: ‘63-‘67
Rond 1956 komt de Rock and Roll op. De jeugd gaat los, en laat een generatiekloof ontstaan tussen henzelf en de oudere generatie. De Rockjaren begonnen in Den Haag, waar door de toestroom van mensen uit Nederlands-Indië de indorock ontstond. Het is een tijd waarin de jeugd bepaalt wat in is, in plaats van de oudere generatie. In de jaren die op de rockjaren volgen, door het museum aangeduid als ‘Beat’, is de jeugd het emotionele van de oudere generatie echt zat. Vanaf dan moet kunst commentaar geven op de samenleving, ironie bevatten, of gewoon zijn om het zijn. Fotografie bijvoorbeeld, van fotografen als Gerard Fieret en Ed van Wijk, wordt eenvoudigweg een registratie van het zichtbare, zonder visie of idee. En de ‘beat’ komt in de kunst, door bijvoorbeeld naar Nederland gehaalde Japanse kunstenaars als Yayoi Kusama, die een hele ruimte beplakt met fluorescerende polkadots. Kunst verwerkt de oorlogstrauma’s en komt tot leven, en Den Haag is daar de voorloper van.
De tentoonstelling Happy Days geeft een mooi tijdsbeeld van de eerste twintig jaar na de Tweede Wereldoorlog, door impressies van zowel kunst als maatschappij weer te geven. Hierdoor zie je hoe de kunst en het leven onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Je wordt ondergedompeld in een andere tijd, en krijgt goed door hoe mooi, maar ook heftig deze periode geweest moet zijn.
Tekst: Grietje Hoogland voor Online Galerij, 25 september 2012


Plaats een reactie