Met kriebel in mijn buik reisde ik af naar Amsterdam. Niet alleen omdat zulke introductiedagen doodeng zijn: al die nieuwe mensen, zo’n verdwaalgebouw, (en ja: het is me gelukt om bij de verkeerde opleiding naar binnen te stappen…) verwachtingen die je misschien niet waar zal maken, de angst voor gênante vertoningen… Ik was ook nerveus omdat ik dan naar die kamer moest. Het boodschappen doen, alles zelf regelen en zelfs het alleen zijn vind ik niet erg, maar ik zit met twee oude mensen opgescheept die veel huur vragen, terwijl ik niet eens mag koken, ik moet extra geld betalen voor wassen en het is een pokke-eind van de opleiding vandaan.
Brr… Ik zag er vreselijk tegenop. Ik vroeg me af hoe ik dit vorig jaar had overleefd, met het teleurstellende antwoord dat ik het niet had overleefd: ik ben immers na een maand weer terug gekomen…
Om te ‘vieren’ dat ik weer terug ben in Amsterdam, en om gewoon een vertrouwd gezicht te zien, had ik na de eerste introductiedag afgesproken met mijn rock ’n roll-danspartner. We zouden wat eten in de stad. Net toen we overwogen om nog ergens wat te gaan drinken, liepen we langs een rock ’n rollbandje, dat net begon te spelen. We bleven staan. Het bleken Russen te zijn, die via kennissen hier konden spelen. Wat Martin en mij betreft zat er nog maar één ding op: dansen! Dus ik gooide mijn tas aan de kant, en we begonnen te rock en rollen. En tijdens het dansen bleven er steeds meer mensen staan om te kijken, ze tikten mee op de maat van de muziek en gooiden geld in de koffer. Het was grappig om op te merken dat we al dansende die band hielpen, terwijl we zelf alleen maar lol hadden!
Tijdens het dansen vergat ik even alle enge dingen die ik die dag had gedaan, en alle enge dingen die ik de volgende dag zou doen. Ik danste, en besefte: dansend op het Damrak kan ik alles overleven.
Tekst: Grietje Hoogland, 01-09-2007


Plaats een reactie